Oorlog als residu van oud denken

0

In de laatste decennia werd in de politiek maar al te graag de strijd opgezocht. Polarisatie is voor sommigen zelfs het belangrijkste doel, lijkt wel. Politici en machthebbers vinden het van daadkracht getuigen als men iets, iemand of anderen de oorlog verklaart. Het grote nadeel hierbij is dat men alleen nog maar oog en aandacht heeft voor de strijd. Met alle gevolgen van dien. De huidige tijdgeest ademt gelukkig iets heel anders en wil het over een heel andere boeg gooien. Maar tot nu toe zit de maatschappij nog met de stuiptrekkingen van leiders die behept zijn met een oude manier van denken. Want waarom is iets de oorlog verklaren zo schadelijk? Het echte oorlog voeren is wellicht het duidelijkste voorbeeld.

Het geweld van een oorlog versluiert namelijk elke andere oplossing. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Geweld zorgt ervoor dat binnen de kortste keren alle aandacht naar de agressie gaat en elke andere oplossing is afgesloten. Van alle opties die er zijn om een probleem op te lossen, is geweld er slechts één. Er zijn vele andere mogelijkheden, die elk een ander vervolg geeft. Oorlog is echter de meest heftige, die de deur naar andere mogelijkheden dicht gooit.

Kijk maar naar de eerste jaren van oorlog in Irak en Afghanistan. De strategie en organisatie, het benodigde geld, het materieel, de soldaten, het gelijk willen halen, de as van het kwaad …. aan alles moest intensief aandacht worden besteed om deze oorlog te kunnen voeren. Om nog maar te zwijgen over de slachtoffers! Het zijn dus niet alleen de doden of het geld, maar het is vooral ook de tijd die erin gaat zitten. Moet je nagaan wat je met die tijd in positieve zin had kunnen doen, als er geen oorlog was gevoerd!!

Een oorlog vraagt alle aandacht en versluiert daardoor het werkelijke probleem. Robert McNamara, de Amerikaanse Minister van Defensie van 1961 tot 1968, vertelt in de documentaire ‘Fog of War’ over zijn lessen uit de Vietnamoorlog. Hij vertelt over de mist die opkomt zodra de beslissing van oorlog is genomen en daarmee het zicht belemmert. En omdat men nu eenmaal aan die oorlog begonnen was, moesten ze eerst door al ‘die shit’ heen, om vervolgens te moeten concluderen dat het een zinloze missie was. McNamara conclusie was ook, jaren na dato, dat hij de zinloosheid ook al kon weten, vóórdat hij deze Vietnam-oorlog begon. De vergelijking met Afghanistan gaat natuurlijk meteen op: nu is men wél aan het onderhandelen met de Taliban. Hadden ze dat niet meteen – 11 jaar eerder – moeten doen?

Volgens Harry Beckers zijn het ook letterlijk (energetisch) donkere wolken die tussen de persoon en de oplossing blijven hangen. Denk maar aan een uitdrukking als ‘blind van woede’; we zien niets meer. Geweld is een emotie, die inderdaad blind maakt. De donkere wolken van emotie belemmeren ons daadwerkelijk het ruimere uitzicht en onthouden ons daardoor het inzicht in wat er wérkelijk speelt. Want alle aandacht en energie gaat naar de wolken, terwijl je uitzicht moet hebben om tot inzicht te komen.

Daardoor komt, grofweg gesproken, emotie ook voort uit onwetendheid, want het echte inzicht ontbreekt. Had je het inzicht wel gehad, dan is de emotie er niet. (Voorbeeld, bij dezelfde situatie is de een doodsbang en de ander niet, de een zeer geïrriteerd en de ander geenszins. Als men inzicht heeft, waarom men bijvoorbeeld geïrriteerd raakt, dan houdt de emotie – irritatie – op te bestaan.)

Zolang we weten is de mensheid in oorlog. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog – vrij recent dus nog – kennen grote gedeelten van de wereld vrede. Maar tot die tijd heerste de energie van oorlog voeren. Daar kon men veel in kwijt. Door te kiezen voor oorlog, trapte men in de valkuil van een zeer oude reflex van de mensheid. Het is ‘een oude groef in de plaat’, die we helaas maar al te goed kennen, waardoor we al eeuwenlang door ‘the Fog of War’ ploeteren: het enorme karma dat we iedere keer weer creëren en moeten uitwerken.

Deze mist is ook een van de redenen waarom de gevestigde orde en de politiek zo hardnekkig reageren op anders- en ruimer denkenden. De aandacht wordt gericht op de strijd, op de aantasting van het gedachtegoed in plaats van dat men zich objectief concentreert op de inhoud van het gebodene. Als het waar is dat de mens meer is dan zijn lichaam en dat vele oplossingen zich bevinden in het bewustzijn van de mens, waar gaat dat dan heen met de ziekenhuizen, de verzekeringmaatschappijen, etc.? ‘Nee, de belangen zijn zo groot, die moeten met hand en tand verdedigd worden’, is de huidige opstelling.

Gelukkig breekt nu een periode aan, waarin de ruimere werkelijkheid zich zo sterk opdringt, dat samenwerking en synthese naar de voorgrond aan het komen is en strijd naar de achtergrond. Maar eerst – hoe paradoxaal dat ook klinkt – moet er iets doorbroken worden ….

Wordt vervolgd!

Ronald Jan Heijn